Tabuk Trakteert

Tabuk Lied


gebaseerd op ‘het land van’ van Lange Frans en Baas B. Bewerking:Niek de Voor, Rob de Pen en Gert-Jan de Scha

 

Dit is de stoel van Niek, Martijn van Hugo en GJ
de stoel van Keessie en Rob, en Martin van B.
dit is de stoel van Tabuk en hun metgezellen,
waar men alleen onzinnigheden kan vertellen.
dit is de stoel waar de lambal vaak gezeten heeft,
dit is de stoel waar de lambal om de luilak geeft.
Want dit is Tabuk, de trots van elleke OW-student,
Door deze club word een klein menneke een echt vent.
Bij polis horen wij omdat de wortels er oranje zijn,
op tabuk schijnen tomaten echt niet rood te zijn.
ik hoor bij Tabuk, daar ligt mijn kleine hart,
ben Voor bij tabuk, ben er zelluf vroeger mee gestart.
dit is de stoel van, de stoel van lozigheid,
de stoel staat voor de eeuwige gezelligheid..!

Zit op de gang met de meeste stoelen per vierkante meter
De doorgang naar Efact wordt hierdoor echt niet beter
De ideeën die hier worden verzonnen zijn altijd erg goed
Het is alleen jammer dat niemand daar iets mee doet
Ik deel mijn stoel met eerste, tweede, derdejaars studenten
Ook van Vite komen ze er hun tijd verslenten.
De mooie stoelen die daar voor onze rust staan
En waar we soms helaas weer moeten weg gaan
Als we naar college moeten of in de bieb gaan studeren
Want we zitten hier toch om dingen te leren
Toch komen we hier met zijn allen graag tezamen
Het zijn vooral de heren, maar af en toe ook een dame
Die hier de gang vullen met een bulderende lach
En het zijn allemaal mensen die ik erg graag mag
Ik kan hier duidelijk wel spreken van geluk
Dat ik altijd terug kan keren naar een stoel op TABUK

Het is een band vol vrienden in de gang bij TABUK
Als je erbij gaat zitten kan je dag echt niet meer stuk
Het is een band waar op de gang een plek voor iedereen is
Een band waar overvalste lozigheid export nr. 1 is
Met ervaren ogen slaan wij de Polisdrukte gade
En hullen ons in duizenden woorden zonder daden
‘Van stilstand komt vooruitgang’ is ons gezegde
Al sinds we hier voor het eerst een lege fles neerlegden
Moe van studeren, maar vooral van de nacht ervoor
Met een bakkie koffie bij TABUK komen we de dag door
We laten universitaire nuttigheden van ons afglijden
En proberen iedere vorm van zinnigheid te mijden
Wij stoppen met z’n zevenen de ‘loos’ in filosofie,
En de ‘niet’ in ‘vandaag lukt studeren toch niet’
De output van TABUK is met geen meetlat te meten
Dus schatert onze lach, TABUK voor het leven!

Loze Geluiden uit een Diep’ren Krocht –

Epos van een Getergd Zeemeerminnetje


Literaire bijdragen van Gert-Jan de Scha, Martijn de Zit, Kees de Kas, Rob de Pen, Niek de Voor, Jeroen de Tor, Roland ‘Loverboy’ Levering, Hugo de Ter, Het Vieze Mannetje, De Kleine Zeemeermin, Het Kale Zeepaardje, De Bowlingbal en JayJay.

 

Ariel was een heel lief zeemeerminnetje,
met in plaats van voeten aan ied’re kan een vinnetje,
vrolijk en stijlvol zwom zij door de zee,
op zoek naar een avontuurtje of twee.

Toen kwam er een grote boot,
die scheerde op een blonde haar na ons lieve Ariel bijna dood,
onderweg ving zijn nog net een glimp op van een aantrekkelijke jonge god,
dus zwom Ariel klaar voor een transformatie richting de duivelse grot.

Alwaar zij flink door drie negers werd genomen,
en nadat zij van dit avontuur was bekomen,
ging zij als mens verder door het leven,
met als missie haar zoete peertje aan een prins te geven.

Wie o wie wilde toch haar zoete peertje verkennen?
De jonge prins was druk doende zijn witte paard te mennen.
Ons lieve zeemeerminnetje wilde niet op zichzelf zijn aangewezen,
en verzamelde uit gans het land dus alle smeerkezen.

Smeerkees van der velden,
bleek zich als eerste te melden,
hij trok z’n stoute schoenen aan,
om eens goed aan de gang te gaan….

Tussen alle smeerkezen zaten vanzelfsprekend vele tabukkers,
Het zeemeerminnetje verkoos hen boven al die rukkers,
Ze zei tegen het tabuk-gezelschap ‘uwer wens is mijn bevel’
Waarop de tabukkers zeiden ‘haal dan maar wat biertjes, en snel!’

Het zeemeerminnetje wist waar ze moest wezen
ze kreeg een goede instructie van de kezen
ze spoorde haar zeepaard aan tot vuur
en koerste naar de Poppelse Bierschuur!

Maar ach en wee, het zeemeerminnetje had een eigen willetje,
Bier was niet haar favoriet, riep zij met een gilletje.
Een goede whisky gaf haar een vrolijke toet,
en ook haar zeepaardje kreeg daardoor heel wat meer moed.

Ze kwam terug op de Heemskerck, totaal van de kaart,
het hoofdje kotsend gehangen in de emmer voer van het zeepaard.
Na twee keer in de ogen wrijven schrokken alle TaBukkers zich de tering,
die eens zo lekkere zeemeermin bleek Loverboy Le-Vering!

maar een Tabukker deinst niet zomaar terug,
en gelukkig zat er toch nog bier op het zeepaardje zijn rug:
en ook al was het lover-meerminnetje nog zo gehavend,
het werd ineens toch nog een heerlijke Bavond!

Na al die spanning waren de magen van de TaBukkers gaan knorren,
maar gelukkig zat Hugo al uren met de ijzeren tang in het vuur te porren.
Het in whiskey gemarineerde zeepaardje op de BBQ gegooid en lekker opgegeten,
De avond begon pas net, maar was nu al om nooit te vergeten….

Terwijl het meerminnetje om haar paardje zat te treuren,
wist Luigi iets om haar mee op te fleuren.
Hij zei, dit is echt om te lachen, gieren en te brullen,
en hij ging snel in de keuken een papieren bekertje met water vullen…

Het meerminnetje keek alsof ze water zag branden,
terwijl ze terug verlangde naar haar paarlemoerwitte stranden
Luigi zei “helaas, die stranden gaat niet lukken,
maar voor iets paarlemoerwits moet je maar even bukken!”

Ja, dacht Ariel, ik denk dat ik bof,
er gaat immers niks boven een goeie Cohf,
Behalve Luigi schudden de Tabukkers driftig nee,
en zeiden principieel, wij doen hier niet aan mee….

We hebben namelijk veel bloed nodig in die ene spier,
voor het goed kunnen vasthouden van ons bier.
Toen liet het meerminnetje luigi zijn gang maar gaan,
ondertussen staken de tabukkers het vreugdevuur aan.

Luigi maakte toen zijn naam waar,
in minder dan 2,34 minuut was hij klaar.
Het meerminnetje had het flink moeten ontgelden,
en haar zeepaardje zat in de maag van een tevreden van der Velden!

De vlammen des vreugdevuurs schroeiden ’t schamele borsthaar,
geen nood, jongelui, er is weer een burger en een worst klaar,
laten wij ons verenigen in een feestelijk staaltje vraatzucht,
terwijl wij worden omvangen door een heerlijke braadlucht.

Oo, waar zijt gij, eed’len paardje des zee,
gij kwam, en Van der Velden nam uwer steerten mee,
hij stak uwen steerten in het vuur en deed zich tegoet
met brood en des heerlijcken satesauze in overvloet

Oh voorzienigheid, hoe wij bij tijd en wijlen ons buikje te ronde eten,
in de herinnering des heerlijkheden zouden wij haast vergeten,
dat wij ons in de nabije toekomst naar de Efteling zullen begeven,
ik heb zeven bonnenvelletjes, waar een hoop zegels aan kleven,
wie, oh, wie van de rijke verzameling mijnes mams wil genieten,
moet zich hier aanmelden, en zijn verzoek in dichtvorm gieten.

Hier en ginder, als jongste van het stel,
zou ik gaarne mijnes naam zien prijken op zo een vel.
Een dag vol oud-hollandsch vertier ende vermaak,
Het is toch altijd weer prijs ende raak!
De Efteling, het schoonste park van allen,
laten wij ons begeven naar den Kaatsheuvel met grote getallen!

O waar zijt gij, mijn vel met bonnen gevulscht,
die mij mijn buidel met eenigerlei florijnen vervulscht,
ik had reeds den Albert Heijnen aengedaen,
en tot mijn ocksels in dienen bonnen gestaen!
Een nobeles Efteling-streven, Heer den Scha,
Ik ben echter reeds voorzien, en laet uwer aenmelding na!
Doch ik zal verschijnen aan den Efteling, rammelend aen den hekken,
Wanneer het uur dan daar is, wanneer de Schuyt zal vertrekken,
Wij vaeren op, zij aan zij met Willem van der Decken
tallerstond dees’ avontuur ons hart zal bedekken!

Ook dees kapitein is al voorzien van een vel,
en hij wilt naar de Efteling, heel erg snel.
Ik wil vaeren tot in de eeuwigheid,
ook al is dat maer 3,43 minuten tijd.
420 meter met 70 km per uur.
ik heb nog nooit gestaen voor zulks heet vuur.

Welnu, jelui, trouwe zeelieden der woel’gen baeren,
Wij gheven onsch gemoed’ren gheen teijd tot bedaeren,
Den Efteling vervult meijnen Khloeckmoedighen hart van pret,
Ende den zeschtal euro-florijnen behouden weij mooi in onschen pet,

Geheel 2006 nog steedsch geener voet in den Efteling gezet
nog immer geen jofel, nog geen onzer pret
het duurt al zoo lang, ik ben al zoo moe
De Vlieghende Hollander houde zijn Schuyte goed toe!
Spijtig en droefenis, huilen alom
tot die blijde dag komt: vermaeken wij onsch met bier ende bom!
Al is het te kaap’ren, ik wil geerne te vaeren,
Laat het groeien aanvaengen, mijn wilde baardhaeren!

De Voor heeft reeds een voet gezet,
en daar al z’n spaarpunten op ingezet,
Ik zal u mijn oudtilburgs besparen,
Gertjan kan ik nog een spaarkaart vergaren?
van der decken vrind, wat zegt u daer?
zijn uwer schuit’n nog lang niet klaer?
tot in d’n eeuwigheid, zolang heeft tabuk niet,
maak voort, voordat ik uwer bloed vergiet!

De Zit weet zich met deze overdaad aan woorden geen raad,
al is het voor een extra les nederlands nog lang niet te laat,
schuift u mij zo een volgeplakt velletje toe,
dan behoudt ik mijn 6 florijnen in de porseleinen spaarkoe,
het wachten duurt zo lang en niemand weet hoe lang,
ons geduld wordt op de proef gesteld maar nimmer zijn wij bang,
want gewapend met goud gele rakkers, jolijt en geschater,
breekt de volgende dag van wachten aan met een fikse kater!

Wil geen spelbreker zijn, maar rijmen is niet mijn sterkste vak.
Toch zou ik ook zo’n fijn velletje in ontvangst nemen,
want aan die belachelijke Eftelingprijzen heb ik lak.
Of ben ik al te laat? Zijn er anderen die hem claimen.

Welneen, d’n Tor, fijne rijmer, zijne juinerigheid,
De Efteling bonnen zijner, en niet in zuinerigheid,
Vier zijn er geclaimd, drie zijn er nog over,
Wie ze dan ook neemt, ons wacht Efteling-getover.

Hee jullie, wacht eens even,
Van de bonnen zijn er geen zeven.
Ik bied er ook nog eentje aan.
zodat we allemaal met korting kunnen gaan.

De Tor is wat mij betreft een goede rijmer,
beter dan zijn eigen teksten op karoake, dat gemijmer,
al kan ik het wel waarderen tijdens een goede bavond,
maar aub tor, niet meer de gehele avond.
want dan krijg ik pijn in de oren van al jouw praat,
over piemelbrie en andere viezigheden in een vrouw haar gelaat,
al kon ik het de vorige keer als een van de weinigen wel waarderen,
dat jij in je eentje de grootste lol had en het je niks kon deren,
dat de rest smekend zat te kijken wanneer houd ie zn snafel,
en gooit hij eens een goed gesprek in plaats van vleeswaar over tafel,
maar tor, ik mag jou wel beste kerel en de rest zeker,
dus tijdens de bavond voor de tor een piemelbrie-wisselbeker???

Vunzige praet welks Kap’tein van der Decken geenzins tolereert,
behoed u des angstige daags dat dees man in uwer haven aanmeert!
In het aanschijnsch des zomersche zonnestrael kan het Efteling-getover zich vertonen,
het gedrag mijner compagnon bij het vorige parkbezoek bezorgt mij het schaamrood op de konen!
Welnu, alvorens den magie ons aller harten binnendringt,
Wensch ik dat niemand des meermins tepels verminkt.
Een eerbaar en nederig bezoek aan het feeërieke park is wat ons wacht,
met, als mijn compagnon zich beheerst, van Holle Bolle Gijs gener klacht!
Mijn hart jubelt,
het geduld zo lang gekweld,
Wanneer mag ik aanschouwen,
dat wat van der Decken aan ons zal ontvouwen..
Met innig verlangen wachtend op dat moment,
ben ik tot die dag met een kortingsvel zeer content!

Denkend aan haar paard, starend in de fik,
horend onze verhalen, verdwijnt haar droevige blik
ze fleurt op bij de verhalen over de efteling-trip,
ze wil mee gaan vaeren, op dat vervloeckte schip….

Het meerminnetje hield in de gaten wanneer de tabukkers naar de Efteling gingen,
zodat ze met hen mee kon gaan en van het vervloeckte schip af kon springen.
Terug verlangde zij naar de zee en het leven onder water
ooit zou ze weer zeemeermin willen zijn, maar dat kwam later…

In de Efteling kent men het meerminnetje al jaren,
de kabouters aanbidden haar zelfs als het ware,
van bovenin de Pagode tot in het Spookslot van onderen,
in het sprookjesbos is haar standbeeld te bewonderen!

Als een stel jonge honden vlogen de Tabukkers aan het standbeeld voorbij,
zij trokken zich niets aan van de blonde haren, dikke prammen en al haar gevlei,
Zij trokken in een rechte stoet op den vliegende hollander af om braaf aan te sluiten in de rij,
maar wat zich daar voor hun ogen voltrok maakte hen Tabukkers minder blij.

Wat voel ik mij gevleid dat de heren al zoveel zinnen aan mij wijdden,
over Sneeuwwitje is nog geen woord gerept, wat zal ze mij benijden!

(De Kleine Zeemeermin):
Na een jaar heb ik jullie inmiddels het ‘Nipple-gate’ kunnen vergeven,
de roddels achteraf zijn gelukkig uitgebleven!
Want Holle Bolle Gijs is een echte roddelnicht mag je wel weten,
als de Laven er lucht van krijgen, kan ik het wel vergeten.
Zij brachten een aantal weken geleden ook het gerucht in de rondte,
dat de TaBuk-delegatie zou komen, bereikte zelfs de hoogste fronten.
Langnek kondigde ieder aan op zijn allerbest paraat te staan,
D’n Vliegende Hollander had vertraging, alle aandacht zou dus naar ons gaan!
Het feit dat jullie niet op kwamen dagen, je moest toch eens weten…
de zeven geitjes hebben drie weken lang in een depressie gezeten!
Maar ik ben alsnog verheugd om op jullie forum te vernemen,
dat jullie de trip naar Kaatsheuvel toch nog zullen ondernemen!
Mochten jullie op de zoektocht naar D’n Hollander je in het Sprookjesbos begeven,
sta even stil bij mij zodat ik jullie TaBukkers een knipoogje kan geven….

Behalve jullie Zit dan, die gun ik geen blik waardig,
wat hij zegt over mijn persoontje vond ik niet echt heel aardig!
Je quote in de Cosmo is ook al niet waar een meisje naar verlangt,
je mag blij zijn als je uberhaupt nog van iemand een knipoogje vangt!

(Het Kale Zeepaardje):
Ook het verbranden van mijn geliefde staartje, jullie BBQ-schooiers,
verzin voor een volgende Bavond eens iets mooiers!
Mijn bazin mag jullie manspersonen misschien begeren,
voorlopig lig ik hier nog op het rooster te verteren!

(De Bowlingbal):
De Tabukkers hadden er geen oren naar,
want het bowlen was nog lang niet klaar!
Zeepaardje hou op met je gezeik,
Zo gooi ik natuurlijk nooit een strike!

Welnu, de rijmelarij neemt steeds mooiere vormen aan,
en de drang naar de efteling is duidelijk niet te stuiten,
de komende dagen neem ik bonnenvelletjes voor jullie, schavuiten,
mee naar de uni, omdat we deze week Eftelingkaartjes kopen gaan.

Er was eens een groep jongens in Brabant
daar was toch wel iets mee aan de hand
ze zaten te smachten
maar moesten toch wachten
totdat de vliegende hollander kon worden bemand

Deze jongen kan het echt niet lang meer rekken
Hij zit alle dagen de Efteling-site te tjekken
ook de poetische Tabuk-tovenarij kan hem niet meer bekoren
Hij heeft het meerminnetje droevig uit zijn hart verloren
Nu verlangt hij slechts naar Oberon, Bokkerijders, Achtbanen en Sneeuwwitjes ronde vormen
Zelfs die Panda doet een twinkel in zijn ogen stormen!

Lieve Tabukkers & Eftelingfans
Zoveel eftelingzegels als ik, die heeft geen mens.
Dus Gert bel naar 06 iets met een 4
Of kom langs op Smidspad, want ze liggen alhier.

Na een aantal dagen van radiostilte,
die zeker niet veroorzaakt werd door koude of kilte,
want met 30 graden strak blauwe lucht en een zuchtje wind,
kijkend naar wat johan cruijff van het doelpunt van robben vind,
dacht ik laat het wk die stilte verbreken,
want duitsland deed de andere landen verbleken,
met een knappe zege en een knullige rechtsback,
al zijn 6 doelpunten voor een openingswedstrijd lang niet gek,
maar heel nederland kleurt verder oranje na de eerste punten,
en zien wij Tobago zomaar tegen Zweden stunten,
Argentinie weet zijn knieen recht te houden onder het gebeuk van die ‘fransapen’,
al stond de doelman met die laatste tegentreffer toch wat te slapen,
net als ik tijdens mexico-iran,
ben benieuwd, ali b wat vind jij daar nu van?
ze zijn zeker niet opgejaagd als een olifant met een kleine dombo,
ik zeg ik druk drie keer kruisje en twee keer rondje en krijg een verpletterende combo,
want ook al worden we geen kampioen op tv,
met pro evolution soccer doe ik gewoon voor de hoofdprijs mee!

Pro Evolution en het WK kunnen ons niet verleiden noch deren,
het zijn Van Der Decken en zijn kornuiten wat wij begeren!
Ach en wee, hoe lang moeten wij nog lijden?
Efteling, o Efteling, bezorg ons snel betere tijden!